De oude Heikant bestaande uit de Leharstraat, het Lijnsheike en De Schans zijn geschiedkundig van belang omdat deze straten nog het laatmiddeleeuwse stratenpatroon van de boerengemeenschap laten zien. Het driehoekige plein ‘De Schans’ is waarschijnlijk het minst bekende van de herdgangen die Tilburg rijk is. Tot halverwege de negentiende eeuw was de Heikant een ruimtelijk en kleinschalig deel van Tilburg met veel boeren en schapenhouders. Een grootschalige textielfabriek heeft er nooit gestaan. Totdat de Mariakerk werd gebouwd in 1872 gingen alle gelovigen van de Heikant en bijgelegen gehuchten naar de Goirkese kerk.
Langs de herdgangen Leharstraat en Lijnsheike stond oorspronkelijk agrarische bebouwing en later woonhuizen. Voordat het Wilhelminakanaal er kwam liep het Lijnsheike in zuidelijke richting door tot het begin van de Goirkestraat. Op het plein De Schans (voorheen Rugdijk geheten) was eeuwenlang een drinkplaats voor vee. Ook heeft er een wagenmakershuisje gestaan op het plein en een brouwerij aan het plein. In het gebied staan negen monumentale bomen. In de gevel van het voormalige klooster staat een beeld van de Heilige Leonardus die beschermheilige is van alle boeren en aanverwante agrarische arbeiders. De bewoners van het klooster hadden een belangrijke taak in het onderwijs in het gebied.
Op de CultuurHistorische Waardenkaart van de provincie wordt het gebied aangeduid met een hoge stedenbouwkundige waarde. Ook de beukenhaag aan het Schumannpad (achter de pony’s) is genoemd op de CHW als een aanduiding van een agrarische perceelsgrens van minimaal 400 jaar oud. Met de bouw van de gymzaal voor basisschool “het Noorderlicht’ verdween een eeuwenoud pad naar Loon op Zand. Diverse blauwsloten hebben door de wijk geslingerd, Inmiddels zijn deze gedempt.
Naast de rijksmonumenten aan de Schans zijn er enkele gemeentelijke monumenten zoals Leharstraat 122, 124 en 126.
Door het gebied liep de blauwsloot met nummer 34 op het onderstaande kaartje.

Bron : ‘Blauwsloten en riolen’ door Henk van Doremalen.

